Woningen en appartementen

Gefeliciteerd met je nieuwe woning! Hopelijk voel je je snel thuis! In dit online magazine vind je informatie over de woning aan de D.G. van der Keesselstraat. Kijk het rustig door en stel gerust een vraag als je er niet (helemaal) uitkomt.

Succes met verhuizen!

In het kort

Nieuwbouwwoningen zijn comfortabel en energiezuinig met andere installaties
Woningen die we nu bouwen zijn super energiezuinig. Dat is niet alleen comfortabel en goed voor het milieu, het scheelt ook in jouw portemonnee. In een nieuwbouwwoning worden andere installaties gebruikt dan je waarschijnlijk gewend bent. In dit online magazine vind je daarover uitleg. Ook staan in dit magazine de plattegronden (handig bij het inrichten van de woning). Hieronder in het kort:

  • Het gebouw is ‘gasloos’, dat betekent ook dat je elektrisch kookt. Heb je nog geen elektrisch kooktoestel? Dan moet je die kopen
  • Je hebt daarvoor een kookplaat met een 2-fase perilex aansluiting nodig van maximaal 7200 Watt
  • Op het dak liggen zonnepanelen, per woning verschilt het aantal zonnepanelen.
  • Je woning wordt verwarmd door een warmtepomp, je verbruikt geen gas meer, maar wel meer elektriciteit
  • Er zijn geen radiatoren, maar in plaats daarvan vloerverwarming
  • In de badkamer zit wel een elektrische radiator
  • Omdat de appartementen zo goed geïsoleerd zijn, zijn ze makkelijk op temperatuur te houden
  • Houd er rekening mee dat er geen stralingswarmte van radiatoren meer is (sommige mensen missen dat)
  • Bij de bouw van een nieuwe woning komt veel vocht kijken. Zorg ervoor dat het ventilatiesysteem de eerste periode op de hoogste stand ingeschakeld is
  • Een ventilatiesysteem zorgt voor frisse lucht zonder dat er te veel warmte verloren gaat
  • Het ventilatiesysteem bedien je in de keuken en badkamer die kun je harder zetten bij douchen of koken
  • Er wordt extra dik isolatieglas gebruikt, daarop kan geen folie geplakt worden omdat het glas dan kapot kan gaan
  • Bij glas dat echt op het zuiden ligt, wordt een screen tegen de zon aangebracht
  • Het is niet toegestaan om te boren door de kunststof kozijnen. Houdt hierbij rekening met het aanschaffen van raambekleding
  • De woning wordt kaal opgeleverd, je moet zelf zorgen voor vloerbedekking, (rol)gordijnen, vitrage, behang etc. het houtwerk in de woning is afgelakt de plafonds zijn gesaust/gespoten.

Wanden in de woning

Wanden in de woning

Behangklare wanden

Bij de sleuteloverdracht zijn de meeste wanden in jouw woning, behalve die in de badkamer en het toilet, ‘behangklaar’. Dit betekent dat er nog kleine oneffenheden kunnen zijn.

Afwerking: Voor een gladde afwerking (zoals met glasvliesbehang of latex) moeten de wanden verder worden voorbereid. Grof behang kan direct worden toegepast. Het is aan te raden de muren voor het schilderen of behangen met voorstrijk te behandelen.

Specialistisch advies: Overleg met een specialist over de nodige voorbereiding voor jouw gewenste afwerking.

Tips voor de wanden

Boren en spijkeren: Wees voorzichtig met boren of spijkeren in de wanden, omdat hier leidingen kunnen lopen, vooral bij schakelaars en stopcontacten.

Fotografeer de leidingen: Voordat u de wanden afwerkt, kunt u zien waar de leidingen lopen. Maak foto’s van deze leidingen voor toekomstige referentie.

Gebruik van schroeven en pluggen: Zorg dat de maat van de schroef, plug en boor op elkaar zijn afgestemd.

Tegelwanden

Boren in voegen: Probeer te boren in de voeg tussen de tegels. Mocht je gaan verhuizen dan hoeft de tegel niet te worden vervangen. Door deze adviezen te volgen, kun je de wanden in jouw nieuwe woning goed onderhouden en veilig gebruiken. Je voorkomt dan eventuele kosten als je gaat verhuizen.

Vloerverwarming

Vloerverwarming

De woning heeft geen radiatoren maar vloerverwarming. Er zitten leidingen in de vloeren waar warm water doorheen loopt. Dat noem je een ‘lage temperatuur verwarming’. Dat systeem werkt goed in woningen die goed geïsoleerd zijn. Op deze pagina lees je daar meer over.

Verwarming niet te laag zetten!

Vloerverwarming doet er een tijd over om op te warmen en af te koelen. Je kan de temperatuur daarom beter constant houden. Met andere woorden: laat de verwarming – ook ’s nachts of als je weg bent – op de temperatuur staan die je aangenaam vindt. De verwarming laag zetten en opnieuw op laten warmen kost meer energie!

Wat je moet weten over de vloer

Leidingen in de vloer: In de dekvloer liggen leidingen voor elektriciteit, water en verwarming. Pas op! Je mag niet spijkeren, boren of frezen in deze vloeren.

Vloerbedekking gereed: De dekvloer wordt ‘vloerbedekking gereed’ aangebracht. Dit betekent dat er oneffenheden in de vloer kunnen zijn. Bij een zwevende vloerafwerking, zoals laminaat of klik PVC, kun je deze oneffenheden opvangen met de ondervloer. Het direct toepassen van een gietvloer of een hard verlijmde vloerbedekking op de dekvloer raden wij sterk af.

Vloerverwarming: Het huis wordt verwarmd door leidingen in de vloer.

Kiezen van vloerbedekking bij vloerverwarming

Geschiktheid: Praat met uw vloerleverancier of de vloerbedekking geschikt is voor vloerverwarming.

Warmtedoorlaatbaarheid: De vloerbedekking moet genoeg warmte doorlaten. Als het te veel warmte tegenhoudt, duurt het langer om de kamer te verwarmen en gebruikt u meer energie.

Radiator badkamer

In de badkamer heb je niet alleen vloerverwarming maar ook een elektrische radiator. Ideaal om het snel wat warmer in de ruimte te maken of een handdoek te drogen. Maar let op: een elektrische radiator verbruikt wel veel stroom. Zet de radiator dus niet onnodig lang aan.

Thermostaat

Thermostaat

De vloerverwarming in je woning kun je regelen via de thermostaat, zie onderstaande foto. Deze thermostaat zit in de woonkamer en op de slaapkamers.

Belangrijk om de verwarming niet meer dan één of twee graden lager zetten, dat scheelt veel energie. Draai de temperatuur ’s nachts of als je weggaat niet lager. Het opnieuw opwarmen van van de woning kost namelijk meer stroom dan het op een constante temperatuur houden. Zet de temperatuur in de zomer ook wat lager – anders heb je kans dat de warmtepomp in de zomer aanslaat (en dat is natuurlijk niet nodig).

Ventileren

Ventileren

Goede ventilatie is belangrijk om verse lucht in huis te hebben en vocht af te voeren. In jouw appartement zit een ventilatiesysteem. Die zuigt de gebruikte lucht continu af. De verse lucht (van buiten) komt binnen via de ventilatieroosters in de huiskamer en slaapkamer. Een raam open zetten is dus niet meer nodig (maar kan wel). Zorg dat je de ventilatieroosters open hebt (groene stand) om ervoor te zorgen dat er verse lucht naar binnen kan. De lucht moet door de woning kunnen stromen, dicht kieren onder deuren dus niet af. De ventilatie in de woning heeft verschillende ventilatiestanden, die kun je bedienen met onderstaande schakelaar. Deze schakelaar zit in de keuken en in de badkamer.

Zet de ventilatie op stand 3 tijdens het koken, douchen of als je veel bezoek hebt. Als je 2x drukt blijft de ventilatie 15 minuten aanstaan.

Eerste maanden

Bij de bouw van een nieuwe woning komt veel vocht kijken. Wist je dat een nieuwbouwwoning tijdens de bouwfase ongeveer 3.000 liter vocht absorbeert? Dit komt omdat water een hoofdbestanddeel is van de meeste bouwmaterialen. Tegen de tijd dat je
de sleutels van de woning ontvangt, kan er nog steeds tot wel 1.000 liter vocht in het huis aanwezig zijn. Het is belangrijk om dit bouwvocht effectief te beheersen. Hier zijn enkele tips om u daarbij te helpen:

Zorg voor goede ventilatie

1. Mechanisch ventilatiesysteem: Zorg ervoor dat het mechanische ventilatiesysteem altijd ingeschakeld is. Het is belangrijk dat je de stekker niet uit het stopcontact haalt.

2. Hoogstand ventilatie: Zet de eerste maanden, de mechanische ventilatie zo hoog mogelijk (op de hoogste stand of stand 3). Onvoldoende ventilatie kan leiden tot verkleuring van wanden en plafonds.

Regelmatig luchten

Eerste 2 maanden: Zet de ramen zoveel mogelijk op een kierstand wanneer je thuis bent.

Na 2 maanden: Begin met het af en toe volledig openen van de ramen om te luchten, vooral in de slaapkamers.

Wees je bewust van gevoelige materialen

  • Spuitwerk van plafonds en wanden: Deze zijn bijzonder gevoelig voor verkleuring tijdens het droogproces, vooral door verontreinigde lucht, sigaren- en sigarettenrook en kookdampen.

Door deze stappen te volgen, kun je helpen het bouwvocht in de nieuwe woning te verminderen en zo een gezondere en comfortabelere leefomgeving te creëren.

Elektrisch koken

Elektrisch koken

De woning heeft geen gasaansluiting, dat betekent dat je elektrisch kookt.

Waar moet je op letten bij het kopen van een kookplaat/oven?

In de keuken zit een twee fase aansluiting met een perilex stopcontact (met 5 gaatjes). Zie het voorbeeld hieronder.

Als je een kookplaat of oven koopt, let er dan op dat deze een perilex stekker heeft en geschikt is voor een twee fase aansluiting. Dit wordt (meestal) duidelijk aangegeven. Ze weten dat ook in de winkel. Een kookplaat of oven die een drie fase aansluiting nodig heeft, werkt niet!

Dakraam

Dakraam

Op zolder zit er een Velux dakraam. Het dakraam kun je helemaal open kiepen zodat je ook de buitenkant kan schoonmaken. Aan de zijkant zit een palletje waarmee je het raam vast kunt zetten op een kierstand. Dat palletje kun je onder vastzetten als je ‘m helemaal open kiept, zodat het raam niet terug kantelt bij het schoonmaken.

Ventilatiestand

Het raam heeft naast de kierstand ook een ventilatiestand. De klep waarmee je het raam opent kun je openzetten. Het raam blijft dan gesloten, maar lucht kan via de bovenkant naar binnen. Bij de ventilatiestand komt de lucht door een filter dat stof en muggen buiten houdt. Dat filter kun je lostrekken en schoonmaken (gewoon met wat water en zacht schoonmaakmiddel). Zie afbeeldingen hieronder.

Warmtepomp

Warmtepomp

Belangrijk: zorg ervoor dat de warmtepomp niet te veel stroom verbruikt!

Uw woning is gasloos en heeft geen cv ketel. De warmte in huis en het warme water krijg je uit de warmtepomp die in de berging in de woning staat (zie onderstaande foto). Een warmtepomp gebruikt stroom. Bij verkeerd gebruik ga je veel geld betalen voor stroom. En dat is natuurlijk niet wenselijk. Lees daarom deze informatie goed door, hou de temperatuur van de vloerwarming constant en vervang het filter van de warmtepomp op tijd.

Werking van de warmtepomp

Hoe werkt een warmtepomp?

Een warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht of bodem en brengt dit naar binnen.

Het proces

Warmte opname: De warmtepomp haalt warmte uit de buitenlucht. De unit die de warmte uit de lucht haalt zit in een grote bak op zolder. Zie onderstaande foto:

Temperatuurverhoging: De opgenomen warmte wordt door compressie op een hogere temperatuur gebracht.

Warmte afgifte: Deze warmte wordt overgedragen aan het koelmiddel, dat naar de binnenunit van de warmtepomp gaat. De binnenunit is te zien op de foto.

Verwarming van Water: Het koelmiddel geeft zijn warmte af aan water, dat vervolgens door het verwarmingssysteem van de woning circuleert.

Onderhoud van warmtepompen

Wat kun je zelf doen?

Je kunt zelf geen technisch onderhoud uitvoeren aan de warmtepomp, maar wel de werking ervan controleren.

Controleren van de waterdruk

Controleer regelmatig de waterdruk van het cv-systeem. Deze moet rond de 2 bar zijn.

Bijvullen: Als de druk lager is dan 2 bar, kun je het systeem bijvullen om de juiste druk te herstellen. Door deze richtlijnen te volgen, zorgt je voor een goede werking van het warmtepompsysteem, wat bijdraagt aan een efficiënte en milieuvriendelijke verwarming van de woning.

Groepenkast

Groepenkast

In de meterkast vind je de groepenkast. Dit is het hart van de elektrische installatie in de woning. Hierin is de elektriciteit verdeeld over verschillende groepen.

Aardlekschakelaars: Elke aardlekschakelaar in de kast heeft een eigen kleur. Achter elke schakelaar zitten meerdere groepen, die elk verantwoordelijk zijn voor verschillende ruimten, aansluitingen en apparaten.

Groepenkaart: Een groepenkaart in de meterkast laat zien hoe de groepen zijn verdeeld. Op deze kaart staan alleen apparaten die op een aparte groep moeten als dit bekend was bij de installateur.

Werken aan elektrische installaties

Veiligheid Eerst: Schakel altijd de juiste groep uit in de groepenkast voordat u werkzaamheden uitvoert, zoals het vervangen van een lamp.

Testen van aardlekschakelaars

Regelmatig testen: Het is belangrijk om de aardlekschakelaars elke 6 maanden te testen.

Hoe te testen: Dit doet u door op de testknop te drukken. Als de aardlekschakelaar uitschakelt wanneer u deze knop indrukt, werkt het goed

Als de aardlekschakelaar uitvalt

1. Probeer te resetten: Probeer eerst de aardlekschakelaar opnieuw in te schakelen.

2. Schakel groepen uit: Als dit niet lukt, zet dan alle groepen die achter de betreffende aardlekschakelaar zitten uit.

3. Schakel aardlekschakelaar in: Schakel nu de aardlekschakelaar in. Dit zou nu moeten werken.

4. Groepen 1 voor 1 inschakelen: Schakel daarna elke groep één voor één weer in. Als de aardlekschakelaar weer uitvalt, heb je de groep gevonden waar het probleem zit.

5. Vind de oorzaak: Zet alle apparaten in deze groep uit (stekkers eruit) en schakel de groep weer in. Sluit dan één voor één de apparaten weer aan. Als de aardlekschakelaar uitvalt wanneer een bepaald apparaat wordt aangesloten, heeft u de oorzaak van het probleem gevonden.

Kunstof kozijnen

Kunststof kozijnen

De woning heeft kunststof kozijnen en draai kiep ramen die helemaal open kunnen of op een kierstand. Belangrijk om te weten: reinig de kunststof kozijnen met een natte doek met mild schoonmaakmiddel en gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen (bijvoorbeeld Cif) of middelen met ammoniak of chloor. Zorg dat de hendel altijd helemaal naar boven staat voor het kiepen van de ramen en in het midden voor draaien, dan is het raam goed dicht.

Let op: je mag niet boren of spijkeren in het kunststof ook kun je geen plastic folie op het glas plakken (dan kan het glas barsten).

Vensterbank

De vensterbank is gevoelig voor vlekken. Bijvoorbeeld kringen van een glas dat je erop zet. Daarom raden we je aan om de vensterbank regelmatig met bijenwas te behandelen. Dan trekken de vlekken er minder snel in.

Rookmelders

Rookmelders

Uw woning is uitgerust met meerdere rookmelders. Deze zijn aangesloten op het stroomnet en hebben ook batterijen. De rookmelders zijn onderling verbonden: als er één afgaat, gaan ze allemaal af. Bij stroomuitval blijven de rookmelders werken door de batterijen.

Wanneer vervang je de batterij?

Als een rookmelder elke 60 seconden twee snelle pieptonen laat horen, is het tijd om de batterij te vervangen. Gebruik alleen 9 Volt blokbatterijen van goede kwaliteit. Test de rookmelder na het vervangen van de batterij met de testknop. Vervang de batterijen elke 4 jaar.

Onderhoud van rookmelders

Maak de rookmelders jaarlijks schoon. Gebruik een stofzuiger voor het schoonmaken. Als het storingsignaal voor vuil en stof klinkt, maak de rookmelder dan onmiddellijk schoon.

Rookmelder op de zolder

Als de zolder via een vaste trap te bereiken is, vind je daar ook een rookmelder, gemonteerd op een voet onder de nok van het dak. Deze positie is belangrijk omdat er bij brand geen rookontwikkeling is in de nok. Verander de positie van deze rookmelder niet. Door deze instructies te volgen, zorgt u voor een goed functionerende deurbel en rookmelders, wat bijdraagt aan de veiligheid in uw woning.

Internet

Internet

In de meterkast is standaard een glasvezelaansluiting aanwezig. Deze aansluiting komt vanaf het hoofdtracé, maar is in jouw meterkast nog niet afgerond of ‘afgemonteerd’.

Activering

Om gebruik te maken van diensten zoals telefonie, televisie en internet via glasvezel, kun je een abonnement afsluiten bij een van de vele providers. De provider zal dan het glasvezelkastje in uw meterkast afmonteren.

Zonnepanelen

Zonnepanelen

Voor iedere woning in het appartementengebouw, zijn zonnepanelen aangesloten op de groepenkast van de woning. Hiervoor wordt een aanvullende huurovereenkomst gesloten. U betaalt voor deze panelen een (aantrekkelijk) huurbedrag per maand per paneel.

Omdat monitoring van deze systemen een dure aangelegenheid is, heeft Rentree besloten om aan jou als huurder de verantwoordelijkheid te geven m.b.t. de werking van de zonnepanelen. Op de slimme meter kun je zelf waarnemen of het systeem ook werkelijk stroom terug-levert. Bij de meeste energieleveranciers krijg je ook maandelijks of per kwartaal een overzicht van het verbruik (en dan in dit geval ook hoeveel stroom er wordt terug-geleverd aan het net). Wij vragen je om zelf in de gaten te houden of er wel stroom wordt terug-geleverd. Is dit eventueel niet het geval, dan moet je dit melden bij Rentree. De verantwoordelijkheid om dit te bewaken, ligt dus bij jouzelf.

Stroomstoring

Stroomstoring

Heb je een stroomstoring? Die kun je eerst zelf proberen op te lossen:

  • Heb je overal in huis geen stroom? Dan is de kans groot dat de storing bij de energieleverancier ligt. Vaak kun je de storing dan op hun website terugvinden. Even aan je buren vragen of zij ook geen stroom hebben geeft ook meer duidelijkheid.
  • Heb je in een deel van het huis geen stroom? Ga dan naar de meterkast. Is de schakelaar van een van de groepen of de hoofdschakelaar uitgesprongen, dan kun je die weer terugzetten.
  • Als de schakelaar meteen weer terug springt, dan is er misschien een apparaat in huis dat kortsluiting veroorzaakt. Dat check je door de apparaten uit het stopcontact te halen en één voor één weer aan te zetten. Springt de schakelaar in de meterkast weer uit? Dan weet je bij welk apparaat dat gebeurde

Bestrating in de voor- en achtertuin

Bestrating tuin

In je voor- en achtertuin hebben wij vast tegels gelegd. Dat is het pad naar je voordeur, berging en terras. Bestraat de rest van je tuin niet. In een tuin met veel bestrating loopt water minder goed weg. Hierdoor krijg je last van groene aanslag op de tegels. Daarnaast houden tegels in de zomer hitte vast. 

Berging

Berging

Elk appartement heeft een eigen berging deze staat in de gemeenschappelijke tuin. Deze berging is niet geïsoleerd, denk er dan ook aan om geen (elektrische) apparatuur in uw berging te zetten. Een niet geïsoleerde berging kan ook erg vochtig worden. Hou hier dan ook rekening mee met het stallen van spullen.

Nog meer besparen?

Nog meer besparen?

Dat kan – ook als je in een energiezuinige woning of appartement woont. Hieronder een aantal tips om te besparen:

  • Zorg dat je voldoende ventileert om de lucht gezond te houden, maar ook om het sneller warm te hebben.
  • Houd de temperatuur in de woning constant, zet je verwarming niet meer dan 1 graden lager.
  • Houd het filter van de warmtepomp schoon. Als het filter vies is, dan gebruikt de warmtepomp meer stroom.
  • Gebruik led lampen.
  • Zet apparaten – zoals bijvoorbeeld de televisie – helemaal uit en niet op stand-by.
  • Zet de wasmachine en droger aan op de momenten dat de zon schijnt en de zonnepanelen stroom opwekken.
  • Wassen op een lagere temperatuur scheelt ook veel stroom.
  • Koop je een nieuw apparaat? Let dan op het energielabel.
  • Trek opladers uit het stopcontact als je ze niet gebruikt.
  • Ontdooi regelmatig je vriezer.

Op www.regionaalenergieloket.nl/huurwoningen vind je nog meer bespaartips.